Stel je de volgende situatie eens voor. Je komt op school voor het rapportgesprek van je kind.
Jouw kind kan supergoed lezen. Hij leest boeken ver boven zijn niveau, leest snel en foutloos en is altijd als eerste klaar. Hij heeft altijd een tien voor dictee.
En op het oudergesprek zegt de leerkracht het volgende tegen je:
“Ik maak me een beetje zorgen over Noa. Hij is altijd als eerste klaar en lees echt ver boven zijn niveau. Ik denk dat het goed zou zijn om hem een beetje af te remmen. Zodat hij op hetzelfde niveau blijft als de rest van de klas. Hij moet natuurlijk wel met de klas meekomen, en er niet te ver boven uit steken. Misschien kunnen jullie thuis met hem oefenen, zodat hij fouten leert maken en wat langzamer leert lezen? Dat zou zijn ontwikkeling echt goed doen.”
Wat is je eerste reactie als je dit leest? “Ehh…”
Precies. Maar waarom vinden we het omgekeerde dan heel gewoon?